Goed, we waren dus een paar dagen weg. Kinderen en tent in de auto en op naar de camping. Dat was vorige week, weet u nog? Toen het zulk heerlijk weer was. Een beetje hangen rond de tent, naar het minimeertje op de camping en ’s avonds borrelen en bbq-en. Geen straf dus. Totdat ik overvallen werd door dat nare virus. En de toiletpot mijn beste vriend werd. Op de camping dus, niet eens mijn eigen toiletpot. Niet fijn. En het bleek ook nog eens een hardnekkig virus, dus dat kwam huis vrolijk terug in een andere gedaante en opnieuw werd de toiletpot mijn beste vriend. Deze keer wel thuis, maar nog steeds niet fijn. Nu gaat het beter met me, dank u. Maar ik ben wel een beetje klaar met virussen voor dit jaar, zo lang geleden was de vorige niet.
En dan nu. Weer over eten. Sommige recepten zijn zo doodeenvoudig dat ik me afvraag waarom ik het nog nooit zelf bedacht heb. En of ik me een beetje moet schamen om het voor u op te schrijven. Maar dat schamen zet ik aan de kant, als ik het nog nooit bedacht had, is het voor u misschien ook nieuw. En voor degenen onder u met kleuters of ander soortige kinderen: dit is het meest geniale kinderrecept ooit. Eerlijk gejat uit de Zilveren Lepel.
Doperwten met spek
900 gram doperwten, uit de diepvries, of verse gedopt en dan kort gekookt
150 gram spek, in dobbelsteentjes
scheutje olijfolie
klontje boter
Doe boter en olie in een pan met een dikke bodem. Bak, zodra de olie en boter zijn, de spek aan. Doe de (ontdooide) doperwten bij het spek, roer om en laat 10 minuten stoven totdat de doperwten gaar zijn, maar nog wel beet hebben. Klaar!
vrijdag 10 juni 2011
zondag 29 mei 2011
Aardappelpizza
U kunt zich voorstellen dat ik ondertussen al best een aardige verzameling kookboeken heb. Maar er zijn meer kookboeken die ik niet heb en wel zou willen hebben, dan kookboeken die ik wel heb. Dus maak ik graag ruimte voor meer. En de afgelopen week was een goede week! Er kwamen zomaar twee nieuwe bij. Het eerste kwam via de post en was een kado van mijn vader. Altijd fijn, kookboeken kado krijgen. Vooral De zomer van de zilveren lepel. Een heel fijn Italiaans kookboek vol zomerse gerechten en foto’s om bij weg te dromen. Het recept voor aardappelpizza komt ongeveer uit De zomer van de zilveren lepel.
En al neuzend in de plaatselijke boekwinkel vond ik De Joodse keuken van Claudia Roden met korting. Een lijvig en zwaar boek vol met verhalen en Joodse recepten uit de hele wereld. Woensdag vertrekken we voor een paar dagen vakantie, ik overweeg ernstig om dit kookboek mee te nemen als `leesvoer`. Of heeft u nog een goede tip voor een vakantieboek?
Aardappelpizza
750 gr aardappels, geschild en gekookt in gezouten water
150 gr bloem
30 gr boter
1 ei
olijfolie
2 bolletjes mozzarella, in plakken
2 tomaten, in plakken
1 blik tomatenblokjes
1 blikje ansjovis
150 gr Parmezaanse kaas, geraspt
1 eetlepel gedroogde oregano
Verwarm de oven voor op 220 graden. Pureer de aardappels met een pureeknijper (of stamper), roer bloem, ei en boter door de aardappels. Vet een lage bakvorm in met olijfolie, schep het aardappelmengsel hierin en strijk het glad. Verdeel de plakken mozzarella over de bodem, vervolgens de tomatenblokjes, tomaten en ansjovis en tot slot de Parmezaanse kaas en oregano. Bak de aardappelpizza 30 minuten in de oven. Serveer meteen.
En al neuzend in de plaatselijke boekwinkel vond ik De Joodse keuken van Claudia Roden met korting. Een lijvig en zwaar boek vol met verhalen en Joodse recepten uit de hele wereld. Woensdag vertrekken we voor een paar dagen vakantie, ik overweeg ernstig om dit kookboek mee te nemen als `leesvoer`. Of heeft u nog een goede tip voor een vakantieboek?
Aardappelpizza
750 gr aardappels, geschild en gekookt in gezouten water
150 gr bloem
30 gr boter
1 ei
olijfolie
2 bolletjes mozzarella, in plakken
2 tomaten, in plakken
1 blik tomatenblokjes
1 blikje ansjovis
150 gr Parmezaanse kaas, geraspt
1 eetlepel gedroogde oregano
Verwarm de oven voor op 220 graden. Pureer de aardappels met een pureeknijper (of stamper), roer bloem, ei en boter door de aardappels. Vet een lage bakvorm in met olijfolie, schep het aardappelmengsel hierin en strijk het glad. Verdeel de plakken mozzarella over de bodem, vervolgens de tomatenblokjes, tomaten en ansjovis en tot slot de Parmezaanse kaas en oregano. Bak de aardappelpizza 30 minuten in de oven. Serveer meteen.
maandag 23 mei 2011
Tomatensoep met garnalen
Ik sport tegenwoordig. Als het lukt zelfs twee keer in de week. En nu niet opeens gaan denken dat ik een sportfreak ben geworden, dat valt reuze mee. Mijn lieve collega L., dat is een sportfanaat, vier tot vijf keer in de week gaat ze minimaal anderhalf uur los. Ik niet, met gezonde tegenzin pak ik telkens mijn sporttas. Als ik dan eenmaal geweest ben weet ik ook wel weer waar ik het voor doe, ik voel me een stuk beter, een stuk fitter, heb iets meer energie en wat minder last van reuma. Dusch. Probeer ik minstens twee keer in de week te sporten. En dat moet altijd tussendoor. Tussen werk en de kleuter uit school halen, tussen boodschappen en sociale contacten, tussen borrelen en eten. Afgelopen woensdag terwijl de kleuter op school zat en de prinses op de crèche van de sportschool probeerde ik het te combineren met bijkletsen met vriendin L. (niet te verwarren met collega L.). Heeft u wel eens geprobeerd een beetje een sociaal gesprek te voeren terwijl u op een crosstrainer, roeimachine of ander sportschool-apparaat stond? Dat werkt niet, dus maakten we er ons vanaf, stopten extra vroeg en gingen aan de bar een kopje thee drinken. Erg gezellig, maar sporttechnisch niet erg effectief. Ik denk dat ik binnenkort toch na het eten zal moeten gaan, eigenlijk wil ik dat niet, de sportschool is dan druk en ik ben dan moe en lig liever op de bank een stukje voor u te schrijven. Maar er veel meer tijd is er niet. Dus vanaf nu kunt u mij ook na het eten in de sportschool tegenkomen.
Dan moeten we wel licht eten, anders val ik nog van de crosstrainer, tomatensoep met garnalen bijvoorbeeld.
Tomatensoep met garnalen
1 kilo tomaten, het liefst lekkere, maar eventueel kan het met “gewone”
een klein blikje tomatenpuree
1 ui, gesnipperd
1 koffielepel paprikapoeder
1 snufje cayennepeper
1 liter kippenbouillon
olijfolie
peper, zout
eventueel een beetje suiker
150 gr. Hollandse garnalen
Verwarm de oven voor op 230 graden. Snijd de tomaten in stukken, doe in een ovenschaal met peper en besprenkel met olijfolie. Mochten het onverhoopt geen rijpe of superlekkere tomaten zijn strooi er dan iets suiker over. Rooster de tomaten ongeveer 20 minuten in de oven. Verhit een scheutje olie in een soeppan met dikke bodem, fruit hierin de ui. Voeg paprikapoeder en cayennepeper toe en bak een minuutje mee. Doe de tomatenpuree bij het uimengsel en bak nog 3 minuten op laag vuur. Voeg de bouillon toe en breng aan de kook. Doe de tomaten met vocht bij de soep en pureer het geheel met een staafmixer. Proef en breng op smaak met peper en zout. Doe de soep in borden en schep een beetje garnalen in elk bord. Lekker met stokbrood.
Dan moeten we wel licht eten, anders val ik nog van de crosstrainer, tomatensoep met garnalen bijvoorbeeld.
Tomatensoep met garnalen
1 kilo tomaten, het liefst lekkere, maar eventueel kan het met “gewone”
een klein blikje tomatenpuree
1 ui, gesnipperd
1 koffielepel paprikapoeder
1 snufje cayennepeper
1 liter kippenbouillon
olijfolie
peper, zout
eventueel een beetje suiker
150 gr. Hollandse garnalen
Verwarm de oven voor op 230 graden. Snijd de tomaten in stukken, doe in een ovenschaal met peper en besprenkel met olijfolie. Mochten het onverhoopt geen rijpe of superlekkere tomaten zijn strooi er dan iets suiker over. Rooster de tomaten ongeveer 20 minuten in de oven. Verhit een scheutje olie in een soeppan met dikke bodem, fruit hierin de ui. Voeg paprikapoeder en cayennepeper toe en bak een minuutje mee. Doe de tomatenpuree bij het uimengsel en bak nog 3 minuten op laag vuur. Voeg de bouillon toe en breng aan de kook. Doe de tomaten met vocht bij de soep en pureer het geheel met een staafmixer. Proef en breng op smaak met peper en zout. Doe de soep in borden en schep een beetje garnalen in elk bord. Lekker met stokbrood.
donderdag 19 mei 2011
Tarte tatin
Degenen onder u die mij wel eens in levende lijve tegen komen weten het al lang: ik wordt grijs. Echt ouderwets grijs. In mijn eens donkere haardos zitten zilveren strepen en grijze lokken. Zo nu en dan overweeg ik serieus om het geheel weer een mooi kleurtje te laten geven bij de kapper, maar uiteindelijk besluit ik dan toch steeds om het niet te doen. Ik ben niet iemand die het fijn vindt om bij de kapper te zitten, ik heb daar geen tijd of rust voor. En als die haardos eenmaal geverfd is moet dat ook weer regelmatig worden bijgehouden en dat kost al met al ook een boel geld.
Maar grijs is niet hip, en grijs is niet tof. Kappers doen goede zaken met het verven van grijze haren. Dus blijf ik serieus overwegen om mijn haardos te verven, maar als ik dan weer denk aan het gedoe met uitgroei verven en wanneer ik dat dan zou moeten laten doen, dan besluit ik toch maar weer om mijn manen te laten zoals ze zijn.
Ach, hip, zoals mijn jaren jongere schoonzusjes ben ik al lang niet meer, ik ben blij met mijn King Louie jurkje, dat vind ik hip genoeg.
U begrijpt dat de Esta die eerder deze week in de winkel lag met een artikel “oei, uitgroei, de hoge prijs van haarverven”, direct in mijn winkelmandje belandde. Eindelijk een artikel, zo hoopte ik, waarin ik mijn gelijk zou krijgen, waarin zou staan dat grijs niet perse oubollig is, maar ook expressief, origineel en van deze tijd.
Maar wat schetst mijn verbazing? Het artikel in de Esta, laten we eerlijk zijn, niet het hipste tijdschrift in het vak, sluit af met: “…grijs haar staat voor verleppen en verdorren, de vruchtbaarheid voorbij.”
Nu, ja, zeg! Dan nog liever ouderwets, maar verlept en verdort? Ik geloof niet dat dat over mij gaat.
En dan nu. Ouderwetse appeltaart, op zn kop gebakken. Het recept eerlijk geleend uit vers op je bord, maar een klein beetje door mij aangepast.
Tarte Tatin
100 gram boter
175 gram suiker
5 of 6 grote appels, in kwarten, geschild, klokhuis verwijderd
5 velletjes bladerdeeg
Neem een grote pan (ongeveer 25 cm doorsnee) die ook in de oven kan, hierin gaan we de taart bakken. Ik vind een hapjespan of koekenpan het handigst. Smelt de boter in de pan boven een matig vuur. Roer de suiker door de gesmolten boter en blijf 4-5 minuten roeren, tot de suiker begint te karameliseren. Kook de karamel al roerend door tot hij goudbruin is. Let goed op, dit kan spatten en karamel verkleurd snel. Verwarm de oven voor op 220 graden.
Smoor de appels ongeveer een kwartier in de karamel. Leg de velletjes bladerdeeg op elkaar en rol uit tot een lap, groot genoeg om de taart ruim te bedekken. Leg de lap bladerdeeg over de appels en stok aan de randen goed in met de hulp van een lepel. Zet het geheel in de oven en bak 30 tot 35 in de oven. Haal de taart uit de oven en laat minstens een kwartier rusten. Leg een plat bord op de pan en keer het geheel om, pas op er kan nog hete karamel uitlopen. Ik vind deze taart lauw het lekkerst.
Maar grijs is niet hip, en grijs is niet tof. Kappers doen goede zaken met het verven van grijze haren. Dus blijf ik serieus overwegen om mijn haardos te verven, maar als ik dan weer denk aan het gedoe met uitgroei verven en wanneer ik dat dan zou moeten laten doen, dan besluit ik toch maar weer om mijn manen te laten zoals ze zijn.
Ach, hip, zoals mijn jaren jongere schoonzusjes ben ik al lang niet meer, ik ben blij met mijn King Louie jurkje, dat vind ik hip genoeg.
U begrijpt dat de Esta die eerder deze week in de winkel lag met een artikel “oei, uitgroei, de hoge prijs van haarverven”, direct in mijn winkelmandje belandde. Eindelijk een artikel, zo hoopte ik, waarin ik mijn gelijk zou krijgen, waarin zou staan dat grijs niet perse oubollig is, maar ook expressief, origineel en van deze tijd.
Maar wat schetst mijn verbazing? Het artikel in de Esta, laten we eerlijk zijn, niet het hipste tijdschrift in het vak, sluit af met: “…grijs haar staat voor verleppen en verdorren, de vruchtbaarheid voorbij.”
Nu, ja, zeg! Dan nog liever ouderwets, maar verlept en verdort? Ik geloof niet dat dat over mij gaat.
En dan nu. Ouderwetse appeltaart, op zn kop gebakken. Het recept eerlijk geleend uit vers op je bord, maar een klein beetje door mij aangepast.
Tarte Tatin
100 gram boter
175 gram suiker
5 of 6 grote appels, in kwarten, geschild, klokhuis verwijderd
5 velletjes bladerdeeg
Neem een grote pan (ongeveer 25 cm doorsnee) die ook in de oven kan, hierin gaan we de taart bakken. Ik vind een hapjespan of koekenpan het handigst. Smelt de boter in de pan boven een matig vuur. Roer de suiker door de gesmolten boter en blijf 4-5 minuten roeren, tot de suiker begint te karameliseren. Kook de karamel al roerend door tot hij goudbruin is. Let goed op, dit kan spatten en karamel verkleurd snel. Verwarm de oven voor op 220 graden.
Smoor de appels ongeveer een kwartier in de karamel. Leg de velletjes bladerdeeg op elkaar en rol uit tot een lap, groot genoeg om de taart ruim te bedekken. Leg de lap bladerdeeg over de appels en stok aan de randen goed in met de hulp van een lepel. Zet het geheel in de oven en bak 30 tot 35 in de oven. Haal de taart uit de oven en laat minstens een kwartier rusten. Leg een plat bord op de pan en keer het geheel om, pas op er kan nog hete karamel uitlopen. Ik vind deze taart lauw het lekkerst.
zondag 15 mei 2011
Japanse biefstuk met sesamzaadmarinade
Het schrijven van een leuk en origineel stukje is een stuk lastiger dan het op het eerste gezicht lijkt. Kijk, als ik eenmaal een onderwerp heb, ergens een beetje tijd heb gevonden, het ergste snot, kwijl en stof van de laptop heb geveegd, dan gaat het meestal wel. Maar een origineel onderwerp bedenken blijkt nog wel eens lastig. Niet omdat ik geen leuke onderwerpen kan verzinnen, maar omdat iemand anders er dan al een stuk over heeft geschreven. Zo had ik mij laatst voorgenomen u te vertellen over mijn superrecept voor rabarberwodka. Eerlijk waar, hét drankje voor de zomer. Maar toen bleek Janneke Vreugedenhil net over rabarberwodka te hebben geschreven in nrcnext. En ik wil natuurlijk niet dat u het idee heeft dat ik gewoon maar een beetje goede ideeën van iemand anders overneem, dus schrijf ik dit jaar geen stukje over rabarberwodka. Ga vooral wel het recept van Janneke proberen, het is de moeite waard!
En toen zich in mijn hoofd een leuk stuk begon te vormen over de website www.damnyouautocorrect.com las ik in Volkskrant magazine een stuk van Sylvia Witteman over precies die website. En omdat ik natuurlijk niet wil dat u het idee heeft dat ik gewoon onderwerpen van Sylvia Witteman kopieer ga ik dus geen stukje schrijven over damnyouautocorrect.
En dit weekend bedacht ik dat ik zeker mijn recept voor Japanse biefstuk met u wilde delen. En wat bleek? U voelt hem aankomen. In volkskrant magazine stond uiteraard een recept voor Japanse biefstuk. Maar bij nadere bestudering bleken u en ik geluk te hebben. Het was een heel ander recept dan hetgeen ik voor mijn lief maakte. Dus. Bij deze, Japanse biefstuk.
Japanse biefstuk met sesamzaadmarinade
500 gram biefstuk
olie
voor de marinade:
2 eetlepels sesamzaad, geroosterd in een droge koekenpan
1 teentje knoflook, fijn gehakt
3 cm verse gember, geschild en geraspt
2 eetlepels Japanse sojasaus
2 eetlepels mirin
1 eetlepel bruine basterdsuiker
voor de dipsaus
1 eetlepen sesamzaad, geroosterd in een droge koekepan.
3 lenteuitjes, in dunne ringetjes
3 cm gember, geschild en geraspt
1 dl Japanse sojasaus
scheutje witte wijn
Wrijf de sesamzaadjes fijn in een vijzel. Doe alle ingrediënten voor de marinade in een kom en roer tot de suiker is opgelost. Leg de biefstukken met de marinade in een diep bord en wrijf de biefstukken in. Laat minstens een half uur trekken.
Verhit de olie in een koekenpan (bij voorkeur een gietijzeren) en bak hierin de biefstukken kort aan beide kanten zodat ze nog mooi rood/rosé zijn van binnen. Haal de biefstukken uit de pan en laat in aluminiumfolie 10 minuten rusten. Maak intussen de marinade. Wrijf de sesamzaadjes fijn in een vijzel, roer alle ingrediënten voor de dipsaus door elkaar.
Snijd de biefstukken in reepjes (snijd altijd dwars op de naad van het vlees). Leg de biefstuk op een schaal en serveer met de dipsaus. Met stokjes eten!
En toen zich in mijn hoofd een leuk stuk begon te vormen over de website www.damnyouautocorrect.com las ik in Volkskrant magazine een stuk van Sylvia Witteman over precies die website. En omdat ik natuurlijk niet wil dat u het idee heeft dat ik gewoon onderwerpen van Sylvia Witteman kopieer ga ik dus geen stukje schrijven over damnyouautocorrect.
En dit weekend bedacht ik dat ik zeker mijn recept voor Japanse biefstuk met u wilde delen. En wat bleek? U voelt hem aankomen. In volkskrant magazine stond uiteraard een recept voor Japanse biefstuk. Maar bij nadere bestudering bleken u en ik geluk te hebben. Het was een heel ander recept dan hetgeen ik voor mijn lief maakte. Dus. Bij deze, Japanse biefstuk.
Japanse biefstuk met sesamzaadmarinade
500 gram biefstuk
olie
voor de marinade:
2 eetlepels sesamzaad, geroosterd in een droge koekenpan
1 teentje knoflook, fijn gehakt
3 cm verse gember, geschild en geraspt
2 eetlepels Japanse sojasaus
2 eetlepels mirin
1 eetlepel bruine basterdsuiker
voor de dipsaus
1 eetlepen sesamzaad, geroosterd in een droge koekepan.
3 lenteuitjes, in dunne ringetjes
3 cm gember, geschild en geraspt
1 dl Japanse sojasaus
scheutje witte wijn
Wrijf de sesamzaadjes fijn in een vijzel. Doe alle ingrediënten voor de marinade in een kom en roer tot de suiker is opgelost. Leg de biefstukken met de marinade in een diep bord en wrijf de biefstukken in. Laat minstens een half uur trekken.
Verhit de olie in een koekenpan (bij voorkeur een gietijzeren) en bak hierin de biefstukken kort aan beide kanten zodat ze nog mooi rood/rosé zijn van binnen. Haal de biefstukken uit de pan en laat in aluminiumfolie 10 minuten rusten. Maak intussen de marinade. Wrijf de sesamzaadjes fijn in een vijzel, roer alle ingrediënten voor de dipsaus door elkaar.
Snijd de biefstukken in reepjes (snijd altijd dwars op de naad van het vlees). Leg de biefstuk op een schaal en serveer met de dipsaus. Met stokjes eten!
dinsdag 10 mei 2011
Pasta met spinazie, Zeeuws spek en citroenricotta
Het is waar. Ik heb u ernstig verwaarloosd. Bleef erg lang weg, zonder teken van leven of uit te leggen wat er was en wanneer ik weer terug zou komen. Dus u heeft gelijk, dat was niet netjes van me. Maar nu ben ik er weer. Kijk, het zit zo, wij hadden namelijk anderhalve week vakantie. Maar we gingen nergens heen en bleven lekker thuis. Dus had ik bedacht dat ik best wel zo nu en dan een stukje voor u zou kunnen schrijven. En daar ging het mis. Want we beleven dan wel lekker thuis en we gingen nergens heen, die anderhalve week gleed voorbij. Deels in ledigheid en deels vulde de vakantie zich als vanzelf met vrijmarkt, pretparkbezoeken, zeiltochten, strandtripjes, etentjes met vrienden, spontane borrels en andere zaligheden. En toen kwamen de stukjes voor u dus een beetje in de verdrukking. Het spijt mij. Echt. Ik doe hierbij de plechtige belofte dat ik zal proberen mijn leven te beteren.
En dan nu. Pasta met spekjes en spinazie, maar dan een stapje verder. Niet veel moeilijker te maken dan de makkelijke versie met Boursin, maar wel een stuk lekkerder!
Pasta met spinazie, Zeeuws spek en citroenricotta
500 gram diepvries spinazie
2 tenen knoflook, gehakt
1 ui, gesnipperd
200 gram ricotta
rasp van 1 citroen
200 gram Zeeuws spek, aan 1 stuk en daarna in dobbelsteentjes gesneden
pasta
peper/zout/olijfolie
Kook de pasta in ruim zout water, meestal iets korter dan op het pak staat, gaar. Verhit de olijfolie in een pan, fruit hierin de ui aan en voeg na ongeveer 2 minuten de knoflook toe. Roer de spinazie door het ui/knoflookmengsel en laat goed warm worden. Breng goed op smaak met peper en zout. Proeven dus! Roer ondertussen de citroenrasp door de ricotta. Roer als de pasta gaar is de spinazie, ricotta en het spek door elkaar. Zeeuws spek is zo lekker, dat moet u in dit recept dus echt niet aanbakken, gewoon zo door de pasta.
En dan nu. Pasta met spekjes en spinazie, maar dan een stapje verder. Niet veel moeilijker te maken dan de makkelijke versie met Boursin, maar wel een stuk lekkerder!
Pasta met spinazie, Zeeuws spek en citroenricotta
500 gram diepvries spinazie
2 tenen knoflook, gehakt
1 ui, gesnipperd
200 gram ricotta
rasp van 1 citroen
200 gram Zeeuws spek, aan 1 stuk en daarna in dobbelsteentjes gesneden
pasta
peper/zout/olijfolie
Kook de pasta in ruim zout water, meestal iets korter dan op het pak staat, gaar. Verhit de olijfolie in een pan, fruit hierin de ui aan en voeg na ongeveer 2 minuten de knoflook toe. Roer de spinazie door het ui/knoflookmengsel en laat goed warm worden. Breng goed op smaak met peper en zout. Proeven dus! Roer ondertussen de citroenrasp door de ricotta. Roer als de pasta gaar is de spinazie, ricotta en het spek door elkaar. Zeeuws spek is zo lekker, dat moet u in dit recept dus echt niet aanbakken, gewoon zo door de pasta.
donderdag 28 april 2011
Het makkelijkste toetje allertijden
Deze week kwam ik op mijn werk college A tegen. En collega A merkte op dat één van de meest recente recepten haar wel erg bekend voor kwam. En eerlijk is eerlijk. Dat kan kloppen. Eigenlijk zet ik het er altijd bij als recepten niet van mij zijn, of wel heel erg geïnspireerd op een bestaand recept. Maar deze keer was ik het vergeten. Dusch. Bij deze. De makreelsalade is meer dan een beetje geïnspireerd op de heerlijke broodjes met makreel salade die de man van collega A maakt. Extra flauw van mij dat ik het was vergeten, want collega A was altijd wel zo lief om extra mee te nemen als haar man weer broodjes makreelsalade had gemaakt. Want dan kreeg ik er ook één. Dusch. Mijn excuses. Aan collega A en haar man.
En nu voor u. Het makkelijkste toetje allertijden!
Het makkelijkste toetje allertijden
Per persoon 1 bolletje vanille-ijs
Persoon 1 klein borrelglaasje chocoladelikeur (of voor de zwangeren onder u, een heel klein scheutje chocoladesaus)
Per persoon 1 klein kopje espresso
Doe in een gewoon koffie kopje het bolletje ijs, giet daarover eerst de likeur en daarna de espresso.
En nu voor u. Het makkelijkste toetje allertijden!
Het makkelijkste toetje allertijden
Per persoon 1 bolletje vanille-ijs
Persoon 1 klein borrelglaasje chocoladelikeur (of voor de zwangeren onder u, een heel klein scheutje chocoladesaus)
Per persoon 1 klein kopje espresso
Doe in een gewoon koffie kopje het bolletje ijs, giet daarover eerst de likeur en daarna de espresso.
donderdag 21 april 2011
Kapiteinkoek bootjes
Deze week vond ik in de rugzak van de kleuter naast een lege broodtrommel ook de traktatie van één van zijn collega kleuters. Een zogenaamd uitdeelzakje, een klein, vrolijk gekleurd plastic zakje waar men de uit te delen waar in kan stoppen. En in dat uitdeelzakje zaten 2 losse snoepjes, 1 pakje Sultana’s, 2 kleine uitdeelzakjes met gummibeertjes (ook snoepjes) en 1 klein opschrijfboekje. Ben ik nu een aanstellerige moeder als ik dat wel wat veel vind? Begrijpt u me vooral niet verkeerd, ik vind snoep bij trakteren niet echt erg. Sylvia Witteman schreef daar ooit een geniale column over "Stel, er zitten 24 kinderen in de klas en ze krijgen bij iedere verjaardag een snoepje. Dat betekent dat ze 24 keer per jaar een snoepje krijgen op school. Is dat erg? Nee toch?" Dusch. Het gaat me niet om het snoep an-sich. Ik krijg het gevoel dat een traktatie voor kleuters alsmaar meer, groter, duurder en spectaculairder moet zijn. En ik begrijp ook wel dat niet iedereen zelf traktaties wil fröbelen. Gelooft u mij, ik begrijp dat heel goed, het fröbel-gen, dat weldegelijk in mijn familie zit, heeft mij ernstig overgeslagen. Ik word serieus al zenuwachtig als ik aan fröbelen denk. Maar dat is toch geen reden om dan die arme kleuters maar omver te gooien met stapels snoep? Of spectaculairder, de heliumballon en bellenblaas die hij gisteren mee naar huis kreeg?
Onze arme kleuter moest het op zijn eigen verjaardag doen met bootjes van Kapitein koek. Door hemzelf gefröbeld.
Kapiteinkoek bootjes
zoveel kapiteinkoek reepjes als er kinderen zijn (voorverpakte ontbijtkoekreepjes)
zoveel spekjes als er kinderen zijn
zoveel satéprikkers als er kinderen zijn
gekleurd papier (knip er zoveel driehoeken uit als er kleuters zijn, ongeveer 12 bij 5 cm)
1 kleuter
Laat de kleuter op elk driehoekje (zeil) zijn leeftijd en naam schrijven. Doe hem voor hoe hij een bootje kan maken door de prikker eerst door aan de onder en bovenkant door het zeil te prikken (of rijgen) en vervolgens door het spekje (kajuit) en de kapiteinkoek (boot) te prikken. Laat de kleuter zoveel mogelijk van de bootjes zelf maken. Voilá. Een traktatie!
Onze arme kleuter moest het op zijn eigen verjaardag doen met bootjes van Kapitein koek. Door hemzelf gefröbeld.
Kapiteinkoek bootjes
zoveel kapiteinkoek reepjes als er kinderen zijn (voorverpakte ontbijtkoekreepjes)
zoveel spekjes als er kinderen zijn
zoveel satéprikkers als er kinderen zijn
gekleurd papier (knip er zoveel driehoeken uit als er kleuters zijn, ongeveer 12 bij 5 cm)
1 kleuter
Laat de kleuter op elk driehoekje (zeil) zijn leeftijd en naam schrijven. Doe hem voor hoe hij een bootje kan maken door de prikker eerst door aan de onder en bovenkant door het zeil te prikken (of rijgen) en vervolgens door het spekje (kajuit) en de kapiteinkoek (boot) te prikken. Laat de kleuter zoveel mogelijk van de bootjes zelf maken. Voilá. Een traktatie!
vrijdag 15 april 2011
Vijgen-port mengsel
Ik heb reuma. Wist u dat? Dat is over het algemeen lastig en soms ronduit vervelend. Ik heb pijn in mijn handen of knieën, nu niet allemaal in de stress schieten en ongerust worden, dat is met medicijnen redelijk onder controle te houden. Wel erg vervelend is dat ik door de reuma veel minder energie heb. En dan bedoel ik ook echt veel minder. Ongeveer de helft. Dus werk ik minder. Dat is het makkelijke deel. Maar ik moet ook privé een stapje terug doen. Iemand zei eens tegen mij dat mijn willen en kunnen niet met elkaar kloppen. En dat is wel eens frustrerend. Ach, en ook dat gaat meestal goed, in de afgelopen jaren hebben mijn lief en ik hier toch behoorlijk mee om leren gaan. Activiteiten worden zoveel mogelijk gespreid en op vrijdagmiddag houdt het voor mij echt op, alleen bij hoge uitzondering spreek ik af op vrijdag. En mijn lief ziet het wel als ik teveel gedaan heb en slikt dan braaf mijn chagrijn.
Vorige week was dus te vol en te zwaar: op maandag op en neer om mijn moeder in het ziekenhuis te bezoeken (nu niet allemaal in de stress schieten en ongerust worden, ze is inmiddels thuis en herstelt goed), ergens een slechte nacht door een fikse brand in de straat (nu niet allemaal in stress schieten en ongerust worden, de brand is ondertussen geblust, het was niet te dicht bij ons huis en er zijn gelukkig alleen lichtgewonden), op donderdag een piratenfeestje met zes kleuters, op vrijdag op en neer naar de borrel van de moeder van mijn lief en op zaterdag de verjaardag van onze kleuter. Eerlijk is eerlijk, dat is niet alleen voor iemand met reuma een vol programma, u zou daar toch ook moe van worden?
Toen mijn lieve collega gisteren belde omdat ze twee kaartjes had voor de uitreiking van de 3FM Awards diezelfde avond (en ik dus met haar mee mocht!) riep een stem in mijn hoofd heel hard: “jajajajaja!” terwijl een ander stemmetje heel zachtjes begon te huilen en zei “doe het niet, doe het niet, je bent te moe, ga alsjeblieft niet de hele avond staan en dansen en drinken”. En dan is reuma dus wel echt flink balen. Want ik was verstandig, ik ging niet. Maar moest daar bijna een klein beetje van huilen.
(en nu niet allemaal in de stress schieten en ongerust worden, ik ging wel lekker uit eten met mijn collega en heb een hele leuke avond gehad)
Goed. Een recept. Ook nog. Voor de verjaardag van de kleuter maakte ik dus een stapel broodjes, en hoewel de makreelsalade won waren de broodjes met oude kaas een goede tweede. Want op de oude kaas deed ik een klein beetje vijgen-port mengsel.
Vijgen-port mengsel
een hand vol (6 ofzo) gedroogde vijgen, in stukken gesneden
een scheutje port
Doe de vijgen in een pannetje en giet er zoveel port op dat de vijgen net onder staan. Breng langzaam aan de kook en laat 10 minuten pruttelen, laat vooral niet droog koken, doe er als het nodig is meer port bij. Haal de vijgen van het vuur en laat nog minsten een half uur staan. Pureer het geheel met een staafmixer. Lekker bij kaas, maar ook bij paté.
Vorige week was dus te vol en te zwaar: op maandag op en neer om mijn moeder in het ziekenhuis te bezoeken (nu niet allemaal in de stress schieten en ongerust worden, ze is inmiddels thuis en herstelt goed), ergens een slechte nacht door een fikse brand in de straat (nu niet allemaal in stress schieten en ongerust worden, de brand is ondertussen geblust, het was niet te dicht bij ons huis en er zijn gelukkig alleen lichtgewonden), op donderdag een piratenfeestje met zes kleuters, op vrijdag op en neer naar de borrel van de moeder van mijn lief en op zaterdag de verjaardag van onze kleuter. Eerlijk is eerlijk, dat is niet alleen voor iemand met reuma een vol programma, u zou daar toch ook moe van worden?
Toen mijn lieve collega gisteren belde omdat ze twee kaartjes had voor de uitreiking van de 3FM Awards diezelfde avond (en ik dus met haar mee mocht!) riep een stem in mijn hoofd heel hard: “jajajajaja!” terwijl een ander stemmetje heel zachtjes begon te huilen en zei “doe het niet, doe het niet, je bent te moe, ga alsjeblieft niet de hele avond staan en dansen en drinken”. En dan is reuma dus wel echt flink balen. Want ik was verstandig, ik ging niet. Maar moest daar bijna een klein beetje van huilen.
(en nu niet allemaal in de stress schieten en ongerust worden, ik ging wel lekker uit eten met mijn collega en heb een hele leuke avond gehad)
Goed. Een recept. Ook nog. Voor de verjaardag van de kleuter maakte ik dus een stapel broodjes, en hoewel de makreelsalade won waren de broodjes met oude kaas een goede tweede. Want op de oude kaas deed ik een klein beetje vijgen-port mengsel.
Vijgen-port mengsel
een hand vol (6 ofzo) gedroogde vijgen, in stukken gesneden
een scheutje port
Doe de vijgen in een pannetje en giet er zoveel port op dat de vijgen net onder staan. Breng langzaam aan de kook en laat 10 minuten pruttelen, laat vooral niet droog koken, doe er als het nodig is meer port bij. Haal de vijgen van het vuur en laat nog minsten een half uur staan. Pureer het geheel met een staafmixer. Lekker bij kaas, maar ook bij paté.
maandag 11 april 2011
Makreelsalade
Onze kleuter verjaarde afgelopen zaterdag. Hij werd 5 jaar. En zoals dat gaat bij kleuters was dat een hele happening. Weken te voren was hij al druk met verlanglijstjes, gastenlijstjes en taartwensen. Stond midden in de nacht naast mijn bed omdat hij zich verschrikt afvroeg of ik wel een taart bedacht en geregeld had voor zijn kinderfeestje. En dat kinderfeestje dus, op donderdag. Zijn eerste. En dus ook de eerste die mijn lief en ik organiseerden. Nu zijn wij ervaringsdeskundigen, wij hebben in onze tijd menig kinderfeestje meegemaakt, dus konden wij dat prima zelf regelen. Een piratenfeest werd het. Met een heuse schat, schatkaart, speurtocht, piratenopdrachten en bijbehorende beloningen. En een geslaagd feest was het, onze kleuter hoefde maar 2 keer van spanning te huilen en van de andere kinderen kwam geen onvertogen woord. Dat deel van zijn verjaardag was dus al geslaagd.
En zaterdag was hij echt jarig. Toen waren er opa’s en oma’s, tantes en vrienden. Er was een verjaardagstaart, er waren stapels broodjes en aan het einde van de dag haalden we chinees. En natuurlijk stapels kado’s, een step, schandalig grote dozen met lego en een enorm kasteel van playmobile. Uitgeput stortte de kleuter ’s avonds in bed. En wij ook.
Voor de kleuter maakte ik een treintjes taart, voor de volwassenen een enorme stapel brownies. Van Jamie Oliver. Tussen de middag waren er broodjes. Na stemming bleken de broodjes met makreelsalade favoriet. Dus. Bij deze. Maakt allen boterhammen met makreelsalade. Nogal simpel. Meer dan een beetje geïnspireerd op de heerlijke broodjes met makreel salade die de man van collega A maakt
Makreelsalade
1 grote gerookte makreel
1 koffielepel sambal badjak (mocht u geen badjak hebben neem dan andere lekkere sambal, heeft u alleen sambal oelek ga dan sambal badjak kopen of lenen bij de buren)
3 eetlepels goede mayonaise
1 kleine ui, gesnipperd
Maak de makreel schoon, eerlijk gezegd heb ik nog steeds niet de allerbeste manier ontdekt om zo makkelijk mogelijk alle graten te verwijderen. Maar ze moeten er wel uit. Peuteren dus. Roer de andere ingrediënten door de makreel. Proef of er nog meer mayonaise (smeuïger) of sambal (pittiger) door moet. Lekker op brood, of met toastjes.
En zaterdag was hij echt jarig. Toen waren er opa’s en oma’s, tantes en vrienden. Er was een verjaardagstaart, er waren stapels broodjes en aan het einde van de dag haalden we chinees. En natuurlijk stapels kado’s, een step, schandalig grote dozen met lego en een enorm kasteel van playmobile. Uitgeput stortte de kleuter ’s avonds in bed. En wij ook.
Voor de kleuter maakte ik een treintjes taart, voor de volwassenen een enorme stapel brownies. Van Jamie Oliver. Tussen de middag waren er broodjes. Na stemming bleken de broodjes met makreelsalade favoriet. Dus. Bij deze. Maakt allen boterhammen met makreelsalade. Nogal simpel. Meer dan een beetje geïnspireerd op de heerlijke broodjes met makreel salade die de man van collega A maakt
Makreelsalade
1 grote gerookte makreel
1 koffielepel sambal badjak (mocht u geen badjak hebben neem dan andere lekkere sambal, heeft u alleen sambal oelek ga dan sambal badjak kopen of lenen bij de buren)
3 eetlepels goede mayonaise
1 kleine ui, gesnipperd
Maak de makreel schoon, eerlijk gezegd heb ik nog steeds niet de allerbeste manier ontdekt om zo makkelijk mogelijk alle graten te verwijderen. Maar ze moeten er wel uit. Peuteren dus. Roer de andere ingrediënten door de makreel. Proef of er nog meer mayonaise (smeuïger) of sambal (pittiger) door moet. Lekker op brood, of met toastjes.
Abonneren op:
Posts (Atom)