zondag 29 mei 2011

Aardappelpizza

U kunt zich voorstellen dat ik ondertussen al best een aardige verzameling kookboeken heb. Maar er zijn meer kookboeken die ik niet heb en wel zou willen hebben, dan kookboeken die ik wel heb. Dus maak ik graag ruimte voor meer. En de afgelopen week was een goede week! Er kwamen zomaar twee nieuwe bij. Het eerste kwam via de post en was een kado van mijn vader. Altijd fijn, kookboeken kado krijgen. Vooral De zomer van de zilveren lepel. Een heel fijn Italiaans kookboek vol zomerse gerechten en foto’s om bij weg te dromen. Het recept voor aardappelpizza komt ongeveer uit De zomer van de zilveren lepel.

En al neuzend in de plaatselijke boekwinkel vond ik De Joodse keuken van Claudia Roden met korting. Een lijvig en zwaar boek vol met verhalen en Joodse recepten uit de hele wereld. Woensdag vertrekken we voor een paar dagen vakantie, ik overweeg ernstig om dit kookboek mee te nemen als `leesvoer`. Of heeft u nog een goede tip voor een vakantieboek?

Aardappelpizza
750 gr aardappels, geschild en gekookt in gezouten water
150 gr bloem
30 gr boter
1 ei
olijfolie
2 bolletjes mozzarella, in plakken
2 tomaten, in plakken
1 blik tomatenblokjes
1 blikje ansjovis
150 gr Parmezaanse kaas, geraspt
1 eetlepel gedroogde oregano

Verwarm de oven voor op 220 graden. Pureer de aardappels met een pureeknijper (of stamper), roer bloem, ei en boter door de aardappels. Vet een lage bakvorm in met olijfolie, schep het aardappelmengsel hierin en strijk het glad. Verdeel de plakken mozzarella over de bodem, vervolgens de tomatenblokjes, tomaten en ansjovis en tot slot de Parmezaanse kaas en oregano. Bak de aardappelpizza 30 minuten in de oven. Serveer meteen.

maandag 23 mei 2011

Tomatensoep met garnalen

Ik sport tegenwoordig. Als het lukt zelfs twee keer in de week. En nu niet opeens gaan denken dat ik een sportfreak ben geworden, dat valt reuze mee. Mijn lieve collega L., dat is een sportfanaat, vier tot vijf keer in de week gaat ze minimaal anderhalf uur los. Ik niet, met gezonde tegenzin pak ik telkens mijn sporttas. Als ik dan eenmaal geweest ben weet ik ook wel weer waar ik het voor doe, ik voel me een stuk beter, een stuk fitter, heb iets meer energie en wat minder last van reuma. Dusch. Probeer ik minstens twee keer in de week te sporten. En dat moet altijd tussendoor. Tussen werk en de kleuter uit school halen, tussen boodschappen en sociale contacten, tussen borrelen en eten. Afgelopen woensdag terwijl de kleuter op school zat en de prinses op de crèche van de sportschool probeerde ik het te combineren met bijkletsen met vriendin L. (niet te verwarren met collega L.). Heeft u wel eens geprobeerd een beetje een sociaal gesprek te voeren terwijl u op een crosstrainer, roeimachine of ander sportschool-apparaat stond? Dat werkt niet, dus maakten we er ons vanaf, stopten extra vroeg en gingen aan de bar een kopje thee drinken. Erg gezellig, maar sporttechnisch niet erg effectief. Ik denk dat ik binnenkort toch na het eten zal moeten gaan, eigenlijk wil ik dat niet, de sportschool is dan druk en ik ben dan moe en lig liever op de bank een stukje voor u te schrijven. Maar er veel meer tijd is er niet. Dus vanaf nu kunt u mij ook na het eten in de sportschool tegenkomen.

Dan moeten we wel licht eten, anders val ik nog van de crosstrainer, tomatensoep met garnalen bijvoorbeeld.

Tomatensoep met garnalen
1 kilo tomaten, het liefst lekkere, maar eventueel kan het met “gewone”
een klein blikje tomatenpuree
1 ui, gesnipperd
1 koffielepel paprikapoeder
1 snufje cayennepeper
1 liter kippenbouillon
olijfolie
peper, zout
eventueel een beetje suiker
150 gr. Hollandse garnalen

Verwarm de oven voor op 230 graden. Snijd de tomaten in stukken, doe in een ovenschaal met peper en besprenkel met olijfolie. Mochten het onverhoopt geen rijpe of superlekkere tomaten zijn strooi er dan iets suiker over. Rooster de tomaten ongeveer 20 minuten in de oven. Verhit een scheutje olie in een soeppan met dikke bodem, fruit hierin de ui. Voeg paprikapoeder en cayennepeper toe en bak een minuutje mee. Doe de tomatenpuree bij het uimengsel en bak nog 3 minuten op laag vuur. Voeg de bouillon toe en breng aan de kook. Doe de tomaten met vocht bij de soep en pureer het geheel met een staafmixer. Proef en breng op smaak met peper en zout. Doe de soep in borden en schep een beetje garnalen in elk bord. Lekker met stokbrood.

donderdag 19 mei 2011

Tarte tatin

Degenen onder u die mij wel eens in levende lijve tegen komen weten het al lang: ik wordt grijs. Echt ouderwets grijs. In mijn eens donkere haardos zitten zilveren strepen en grijze lokken. Zo nu en dan overweeg ik serieus om het geheel weer een mooi kleurtje te laten geven bij de kapper, maar uiteindelijk besluit ik dan toch steeds om het niet te doen. Ik ben niet iemand die het fijn vindt om bij de kapper te zitten, ik heb daar geen tijd of rust voor. En als die haardos eenmaal geverfd is moet dat ook weer regelmatig worden bijgehouden en dat kost al met al ook een boel geld.
Maar grijs is niet hip, en grijs is niet tof. Kappers doen goede zaken met het verven van grijze haren. Dus blijf ik serieus overwegen om mijn haardos te verven, maar als ik dan weer denk aan het gedoe met uitgroei verven en wanneer ik dat dan zou moeten laten doen, dan besluit ik toch maar weer om mijn manen te laten zoals ze zijn.
Ach, hip, zoals mijn jaren jongere schoonzusjes ben ik al lang niet meer, ik ben blij met mijn King Louie jurkje, dat vind ik hip genoeg.
U begrijpt dat de Esta die eerder deze week in de winkel lag met een artikel “oei, uitgroei, de hoge prijs van haarverven”, direct in mijn winkelmandje belandde. Eindelijk een artikel, zo hoopte ik, waarin ik mijn gelijk zou krijgen, waarin zou staan dat grijs niet perse oubollig is, maar ook expressief, origineel en van deze tijd.
Maar wat schetst mijn verbazing? Het artikel in de Esta, laten we eerlijk zijn, niet het hipste tijdschrift in het vak, sluit af met: “…grijs haar staat voor verleppen en verdorren, de vruchtbaarheid voorbij.”
Nu, ja, zeg! Dan nog liever ouderwets, maar verlept en verdort? Ik geloof niet dat dat over mij gaat.

En dan nu. Ouderwetse appeltaart, op zn kop gebakken. Het recept eerlijk geleend uit vers op je bord, maar een klein beetje door mij aangepast.

Tarte Tatin
100 gram boter
175 gram suiker
5 of 6 grote appels, in kwarten, geschild, klokhuis verwijderd
5 velletjes bladerdeeg

Neem een grote pan (ongeveer 25 cm doorsnee) die ook in de oven kan, hierin gaan we de taart bakken. Ik vind een hapjespan of koekenpan het handigst. Smelt de boter in de pan boven een matig vuur. Roer de suiker door de gesmolten boter en blijf 4-5 minuten roeren, tot de suiker begint te karameliseren. Kook de karamel al roerend door tot hij goudbruin is. Let goed op, dit kan spatten en karamel verkleurd snel. Verwarm de oven voor op 220 graden.
Smoor de appels ongeveer een kwartier in de karamel. Leg de velletjes bladerdeeg op elkaar en rol uit tot een lap, groot genoeg om de taart ruim te bedekken. Leg de lap bladerdeeg over de appels en stok aan de randen goed in met de hulp van een lepel. Zet het geheel in de oven en bak 30 tot 35 in de oven. Haal de taart uit de oven en laat minstens een kwartier rusten. Leg een plat bord op de pan en keer het geheel om, pas op er kan nog hete karamel uitlopen. Ik vind deze taart lauw het lekkerst.

zondag 15 mei 2011

Japanse biefstuk met sesamzaadmarinade

Het schrijven van een leuk en origineel stukje is een stuk lastiger dan het op het eerste gezicht lijkt. Kijk, als ik eenmaal een onderwerp heb, ergens een beetje tijd heb gevonden, het ergste snot, kwijl en stof van de laptop heb geveegd, dan gaat het meestal wel. Maar een origineel onderwerp bedenken blijkt nog wel eens lastig. Niet omdat ik geen leuke onderwerpen kan verzinnen, maar omdat iemand anders er dan al een stuk over heeft geschreven. Zo had ik mij laatst voorgenomen u te vertellen over mijn superrecept voor rabarberwodka. Eerlijk waar, hét drankje voor de zomer. Maar toen bleek Janneke Vreugedenhil net over rabarberwodka te hebben geschreven in nrcnext. En ik wil natuurlijk niet dat u het idee heeft dat ik gewoon maar een beetje goede ideeën van iemand anders overneem, dus schrijf ik dit jaar geen stukje over rabarberwodka. Ga vooral wel het recept van Janneke proberen, het is de moeite waard!
En toen zich in mijn hoofd een leuk stuk begon te vormen over de website www.damnyouautocorrect.com las ik in Volkskrant magazine een stuk van Sylvia Witteman over precies die website. En omdat ik natuurlijk niet wil dat u het idee heeft dat ik gewoon onderwerpen van Sylvia Witteman kopieer ga ik dus geen stukje schrijven over damnyouautocorrect.
En dit weekend bedacht ik dat ik zeker mijn recept voor Japanse biefstuk met u wilde delen. En wat bleek? U voelt hem aankomen. In volkskrant magazine stond uiteraard een recept voor Japanse biefstuk. Maar bij nadere bestudering bleken u en ik geluk te hebben. Het was een heel ander recept dan hetgeen ik voor mijn lief maakte. Dus. Bij deze, Japanse biefstuk.

Japanse biefstuk met sesamzaadmarinade

500 gram biefstuk
olie
voor de marinade:
2 eetlepels sesamzaad, geroosterd in een droge koekenpan
1 teentje knoflook, fijn gehakt
3 cm verse gember, geschild en geraspt
2 eetlepels Japanse sojasaus
2 eetlepels mirin
1 eetlepel bruine basterdsuiker
voor de dipsaus
1 eetlepen sesamzaad, geroosterd in een droge koekepan.
3 lenteuitjes, in dunne ringetjes
3 cm gember, geschild en geraspt
1 dl Japanse sojasaus
scheutje witte wijn

Wrijf de sesamzaadjes fijn in een vijzel. Doe alle ingrediënten voor de marinade in een kom en roer tot de suiker is opgelost. Leg de biefstukken met de marinade in een diep bord en wrijf de biefstukken in. Laat minstens een half uur trekken.
Verhit de olie in een koekenpan (bij voorkeur een gietijzeren) en bak hierin de biefstukken kort aan beide kanten zodat ze nog mooi rood/rosé zijn van binnen. Haal de biefstukken uit de pan en laat in aluminiumfolie 10 minuten rusten. Maak intussen de marinade. Wrijf de sesamzaadjes fijn in een vijzel, roer alle ingrediënten voor de dipsaus door elkaar.
Snijd de biefstukken in reepjes (snijd altijd dwars op de naad van het vlees). Leg de biefstuk op een schaal en serveer met de dipsaus. Met stokjes eten!

dinsdag 10 mei 2011

Pasta met spinazie, Zeeuws spek en citroenricotta

Het is waar. Ik heb u ernstig verwaarloosd. Bleef erg lang weg, zonder teken van leven of uit te leggen wat er was en wanneer ik weer terug zou komen. Dus u heeft gelijk, dat was niet netjes van me. Maar nu ben ik er weer. Kijk, het zit zo, wij hadden namelijk anderhalve week vakantie. Maar we gingen nergens heen en bleven lekker thuis. Dus had ik bedacht dat ik best wel zo nu en dan een stukje voor u zou kunnen schrijven. En daar ging het mis. Want we beleven dan wel lekker thuis en we gingen nergens heen, die anderhalve week gleed voorbij. Deels in ledigheid en deels vulde de vakantie zich als vanzelf met vrijmarkt, pretparkbezoeken, zeiltochten, strandtripjes, etentjes met vrienden, spontane borrels en andere zaligheden. En toen kwamen de stukjes voor u dus een beetje in de verdrukking. Het spijt mij. Echt. Ik doe hierbij de plechtige belofte dat ik zal proberen mijn leven te beteren.

En dan nu. Pasta met spekjes en spinazie, maar dan een stapje verder. Niet veel moeilijker te maken dan de makkelijke versie met Boursin, maar wel een stuk lekkerder!

Pasta met spinazie, Zeeuws spek en citroenricotta
500 gram diepvries spinazie
2 tenen knoflook, gehakt
1 ui, gesnipperd
200 gram ricotta
rasp van 1 citroen
200 gram Zeeuws spek, aan 1 stuk en daarna in dobbelsteentjes gesneden
pasta
peper/zout/olijfolie

Kook de pasta in ruim zout water, meestal iets korter dan op het pak staat, gaar. Verhit de olijfolie in een pan, fruit hierin de ui aan en voeg na ongeveer 2 minuten de knoflook toe. Roer de spinazie door het ui/knoflookmengsel en laat goed warm worden. Breng goed op smaak met peper en zout. Proeven dus! Roer ondertussen de citroenrasp door de ricotta. Roer als de pasta gaar is de spinazie, ricotta en het spek door elkaar. Zeeuws spek is zo lekker, dat moet u in dit recept dus echt niet aanbakken, gewoon zo door de pasta.